Home: ZELFVERTROUWEN.NL
1. Welkom
2. Wat is zelfvertrouwen?
3. Algemene informatie
4. Kinderen
current item 5. Jongeren
Periodes en taken
Kenmerken adolescentie
Ontwikkeling
De rol van de omgeving
Faalangst
Extreme afkeer
-Verbetering zelfvertrouwen
Basisbehoeften
6. Volwassenen
7. Adressen en Contact
8. Meer informatie
9. Doordenkers
10. Prikbord
11. Je eigen ervaringen
12. Zelfvertrouwen is ...
Leeskring Inspiratie
Colofon
Disclaimer
Ondersteuning
Verbetering zelfvertrouwen 
 

Suggesties voor jongeren

In jezelf blijven geloven ...

Opmerking: Ouders en leerkrachten worden uiteraard uitgenodigd om ook eens naar deze suggesties te kijken.

1) Leer jezelf kennen, kijk niet alleen naar je goede, maar ook naar je minder goede kanten;

2) Probeer erachter te komen waar je goed en minder goed in bent en schaam je niet om daarbij hulp te vragen;

3) In je jeugd heb je veel last van wisselende gevoelens, mede veroorzaakt door hormonen; dikwijls denk je dat je gevoel bepaald wordt door wat je denkt, maar vaak is het omgekeerde het geval, dat je namelijk al een gevoel hebt en dat je dat dan invult met zaken uit je leven;

4) Praat over je gevoelens met anderen, met leeftijdsgenoten of schrijf deze op;

5) Een keer negatief over jezelf denken is op zijn tijd niet ernstig, maar teveel negatief denken werkt als ‘hersenspoeling’; je gaat er namelijk zelf in geloven en ook naar bewijzen hiervoor zoeken; wijs niet jezelf als persoon af, maar alleen je verkeerde gedrag;

6) Accepteer complimenten en laat deze niet van je afglijden;

7) Durf opbouwende kritiek te ontvangen en deze ook zelf te geven, maar speel daarbij wel altijd ‘de bal’ en ‘niet op de man of vrouw’;

8) Hoewel de samenleving soms een erg corrupte indruk maakt, toch blijft het belangrijk dat je zelf een genuanceerde kijk blijft houden (‘Sommigen zijn ........, anderen zijn gelukkig wel ....);

9) Het is beter om zelf problemen aan te gaan en deze op te lossen, dan te zitten afwachten; het geeft namelijk een beter gevoel dat je de zaken snel oppakt en je bent er ook niet zoveel tijd mee kwijt; daarnaast heb je het voordeel dat jij en de anderen ook geen last zullen krijgen van allerlei ongewenste bij-effecten van het niet afhandelen;

10) Communiceer veel, maar ook naar anderen toe, wanneer je iets toegezegd hebt en het idee heb dat je nog niets kunt mededelen;

11) In je jeugd zijn zaken als uiterlijk, kleding en erbij horen erg belangrijk; ook het hebben van een relatie heeft dan een hoge prioriteit; je moet je echter altijd afvragen of je deze situaties wel wilt aangaan als daarvoor de prijs is, dat je een behoorlijk stuk van jezelf zou moeten inleveren (de prijs zou weleens te hoog kunen zijn); alleen-zijn en uitgesloten-zijn zijn erg
vervelende gevoelens, maar eenzaam zijn in de relatie of in de groep is nog nog veel erger; het koste wat het koste deel willen uitmaken van een groep, staat een eigen ontwikkeling in de weg; een gezond stuk eigen-wijsheid is niet alleen verstandig in de richting van ouders en leerkrachten, maar zeker ook in de richting van je leeftijdsgenoten;

12) Vergelijk jezelf niet zo met anderen, qua uiterlijk of wat anderen kunnen of hebben; dat is een niet-te-winnen-wedstrijd - en deze jalouzie leidt nergens toe; jij hebt weer andere unieke eigenschappen, die anderen op hun beurt weer niet hebben;

13) Sombere of depressieve gevoelens horen bij een mensenleven; dit zijn normale reacties vooral als je erg vervelende situaties hebt meegemaakt. Het is echter wel zaak dat je gaat
praten of hulp gaat inroepen, als deze klachten langer aanhouden en meer obsessies voor je gaan vormen. Doe dit ook in geval van faalangst en eetstoornissen (bij veel afvallen). Wellicht is het een troost voor je dat veel jongeren last van deze gevoelens hebben.

14) Drugs, drank en alcohol zijn middelen, die jongeren gebruiken om er ofwel bij te horen of om daarbij een leeg of angstig gevoel weg te werken. Veel van deze middelen zijn lichamelijk en/of geestelijk erg verslavend en zorgen er op hun beurt weer voor dat je het idee hebt niet zonder deze middelen te kunnen. Ook hiervoor geldt dat de (financiële en de psychische) prijs weleens veel te hoog voor je zouden kunnen zijn!

15) Je zult bemerken dat je je anders gaat opstellen ten opzichte van je ouders, broers, zussen, familie en leerkrachten. Je gaat je met name afzetten tegen de belemmering van je vrijheden en de andere waarden en normen, die jij als achterhaald beschouwt. Probeer meer over deze zaken te onderhandelen inplaats van deze meningsverschillen als zwart-wit-tegenstellingen te beschouwen.

16) Een van de grote veranderingen, die in je jeugd gaan optreden is de sexualiteit. Je zult deze ontwikkeling dikwijls als een sterke drift ervaren en het is niet altijd gemakkelijk om aan deze drift goed tegemoet te komen. Vrijen met jezelf is geen zonde - alleen teveel wel.
Deze sexualiteit zal ook zeker een rol spelen in je relatie met het andere of met hetzelfde geslacht, waarbij het dan ook van belang is dat je aandacht hebt voor de verlangens van de ander. Wat betreft het hebben van een relatie blijft trouw toch belangrijk, evenals het gezegde: ‘Ga om met een ander, zoals jezelf behandeld zou willen worden’.

17) Last but not least: heb vooral geduld met je zelf en met anderen (ouders, familie, leerkrachten) en gun hen ook hun eigen (‘gekke’) wereld. Na verloop van tijd zul je bemerken dat je zelf ook wat milder geworden bent. Vooral als je zelfstandig bent gaan wonen en dan gemerkt heb, dat je ouders meer voor je deden dan je gedacht had.

Suggesties voor ouders en leerkrachten

Geduld, geduld en nog eens ...

Opmerking: Jongeren worden uiteraard uitgenodigd om ook eens naar deze suggesties te kijken.

1) Ouders en leerkrachten dienen in de eerste jaren van adolescentie-periode over veel geduld te beschikken,
aangezien de jongere in deze periode probeert zichzelf te vinden en zich los probeert te maken van de vertrouwde omgeving thuis en op school.

2) Ook zal de jongere veel willen experimenteren en zich - niet altijd even genuanceerd en subtiel - willen afzetten tegen de ‘maatschappij’, waar ouders en leerkrachten ook deel van uitmaken. Daarom lijken zij in deze adolescentieperiode erg zeker (stoer) van bepaalde zaken te zijn, terwijl zij in de grond van hun hart juist erg onzeker zijn. De jongere ruimte (’vleugels’) geven, in zijn waarde laten, wel op overdrijvingen en niet te tolereren gedrag aanspreken (maar niet op zijn onzekerheid). Dus wel het eventuele gedrag, maar zeker niet de jongere afwijzen! Hierbij bedenken dat de leeftijdsgenoten voor de jongere de belangrijkste referentiegroep in deze periode vormen, ook omdat zij dezelfde cultuur en gedragsregels (codes) delen en in dezelfde los-maak-situatie zitten.

3) Communicatie met de jongere blijft erg belangrijk, vooral met het oog op de soms niet realistische en overtrokken eisen (bijvoorbeeld op school) waaraan zij willen voldoen (‘wedstrijd met zichzelf’). Deze eisen werken faalangst nog meer in de hand. Humor (niet ten koste van), plagerig en uitdagend gedrag (gebeurt andersom ook) geeft wederzijds ruimte en maakt de communicatie veel speelser.

4) Jongeren willen opvallen en meetellen, zoals elke andere volwassen persoon. Alleen zullen zij dat op hun specifieke wijze willen doen door middel van kleding, muziek en gedrag. Ook zal de jongere gevoelens van onzekerheid en minderwaardigheid compenseren door extra stoer gedrag of zich qua uiterlijk meer willen manifesteren (bijvoorbeeld zich minder intelligent dan andere jongeren voelen, maar meer als volwassenen willen overkomen). Zo hebben jongeren van lagere opleidingen vaak eerder verkering en tonen zij qua uiterlijk en gedrag meer (schijn)volwassenheid.

5) In de adolescentieperiode kan men tevens zien dat jongeren zich ten opzichte van hun leeftijdsgenoten schamen voor hun afkomst, familie en woonomgeving. Deze gevoelens verdwijnen dikwijls weer op het eind van de adolescentie.

6) Ouders en leerkrachten kunnen door middel van hun eigen gedrag een model zijn voor het gedrag van de jongere. Bijvoorbeeld wanneer zij excuses aan de jongere aanbieden als zijzelf een keer erg onredelijk of chagrijnig zijn geweest.

7) Ouders, leerkrachten en begeleiders blijven - naast de leeftijdsgenoten -in deze periode toch belangrijk voor het zelfvertrouwen van de jongere. Bijvoorbeeld door in hem en in zijn mogelijkheden te blijven geloven. Het is goed als zij zijn zelfvertrouwen stimuleren, ook als het eigen zelfvertrouwen niet zo groot is. Dit betekent niet dat men alles goed moet keuren wat de jongere uithaalt. Dit vertrouwen moet echter ook niet doorslaan in het aan de jongere steeds maar opleggen van erg hoge eisen.

8) De jongere zal zijn ouders, leerkrachten en begeleiders dikwijls uitdagen, bijvoorbeeld op het gebied van zijn fysieke mogelijkheden (krachtmeting) en zijn intellectuele vermogens. Soms ervaren ouders, leerkrachten of begeleiders deze uitdagingen, vooral als de jongere sterk of hoogbegaafd is, als bedreigend of als rivaliteit. Erkennen dat de jongere sterker, sneller of slimmer is zorgt ervoor dat de communicatie open blijft.

9) Stimuleer de idealen en wensen van de jongere; ga er niet zonder meer van uit dat deze idealen toch niet voor de jongere weggelegd zijn.

10) Vergelijk de jongere niet met andere jongeren en vertel hem niet dat hij de slechte eigenschappen van je partner of van jou heeft, maar wijs hem op zijn sterke kanten en zijn uniekheid; de jongere heeft recht op zijn eigen ontwikkeling en kan daarom geen kopie worden of datgene zonder meer waarmaken, waarin de ouder(s) helaas niet geslaagd is/zijn! Vergelijk de jongere ook niet met zijn beroemde en begaafde ouder(s), broer(s) of zus(sen). De jongere wil gerespecteerd worden om wie hij zelf is en wat hij zelf kan!

11) Onderhandel en discussieer veel met de jongere; hierdoor leert hij jou en zichzelf en zijn grenzen beter kennen.

12) Stimuleer de jongere om bewuste keuzes te maken; laat hem zelf dingen noemen en laat hem daaruit een keuze maken.

13) Stel concrete grenzen en hanteer bepaalde regels; teveel vrijheid of juist overbescherming zijn slecht voor het zelfvertrouwen van de jongere; door deze grenzen leert de jongere wat zijn capaciteiten zijn.

14) De jongere leert veel van voorbeelden en personen, die als rolmodel kunnen fungeren.

15) Geef gemeende en geen overdreven complimenten; jongeren zijn erg gevoelig voor schijncomplimenten.

16) Sta achter de jongere en neem het voor hem op - in geval van ruzie op school of in de buurt; zondermeer kiezen voor anderen is voor de jongere erg pijnlijk.

17) Durf zelf ook eens fouten of slechte buien toe te geven, zo creëer je zelf openingen voor communicatie en fungeer je als voorbeeld.

18) Ook al beschik je zelf over weinig zelfvertrouwen en een negatieve zelfwaardering, toch ben je prima in staat om
het zelfvertrouwen van de jongere te vergroten.

19) Laat de jongere niet omgaan met personen die hem of haar een slecht gevoel over zichzelf geven en spreek deze
personen er op aan.

20) Geloof in de jongere en geef het op momenten veel vrijheid; dat is dikwijls het mooiste cadeau voor hem of haar; verveling of dagdromen zijn noodzakelijk voor de ontwikkeling van de jongere.

21) Wees niet constant met de jongere bezig en neem vooral geen activiteiten uit zijn handen; te veel helpen is slecht voor het zelfvertrouwen van de jongere.

22) Ga als ouder, leerkracht of begeleider meer als coach te werk en probeer het beste in de jongere naar boven te halen; werk daarom meer met keuzes (opties) dan alleen met instructies en één enkele oplossing.

23) Bied de jongere structuur, dat wil zeggen laat het voor de jongere en je zelf duidelijk zijn wat concreet en realistisch van de jongere verwacht wordt en welk gedrag wel of niet getolereerd wordt; geef bij taken ook aan welke periodes en einddata hiervoor staan.

24) Jongeren hebben de neiging om zichzelf bij bepaalde taken te overschatten, laat hem de taken als het ware in ‘hapklare brokken’ verdelen, die hij gemakkelijker aankan.

25) Beloon de jongere voor het uitvoeren van taken en het nakomen van afspraken (wel in verhouding met de taak).

26) Stimuleer de jongere om een actieve rol in te nemen bij het aangaan van bepaalde taken.

27) Ga samen met de jongere na waarom - bij mislukking - een bepaalde taak niet is gelukt en wat hierbij wel geleerd is en stel daarna met hem weer nieuwe doelen vast; houd hierbij rekening dat bijvoorbeeld lage rapportcijfers de oorzaak of het gevolg kunnen zijn van een gebrek aan zelfvertrouwen!

28) Laat de jongere een dagboek bijhouden of een boek over zichzelf maken met foto’s, tekeningen en dergelijke. Deze persoonlijke documenten vergroten het zelfvertrouwen en het zelfbewustzijn en bieden de jongere en jou tevens mogelijkheden tot aanknopingspunten voor gesprekken.

29) Last but not least: heb als ouder, leerkracht of begeleider veel geduld, vooral tijdens de eerste jaren van de puberteit en adolescentie. Na verloop van tijd gaat de 'storm' weer vanzelf liggen.


  Periodes en taken
  Kenmerken adolescentie
  Ontwikkeling
  De rol van de omgeving
  Faalangst
  Extreme afkeer
  Basisbehoeften



www.confidence.nl