Home: ZELFVERTROUWEN.NL
1. Welkom
2. Wat is zelfvertrouwen?
3. Algemene informatie
current item 4. Kinderen
Periodes en taken
-Ontwikkeling
De rol van de omgeving
Verbetering zelfvertrouwen
Basisbehoeften
Rechten van het Kind
5. Jongeren
6. Volwassenen
7. Adressen en Contact
8. Meer informatie
9. Doordenkers
10. Prikbord
11. Je eigen ervaringen
12. Zelfvertrouwen is ...
Leeskring Inspiratie
Colofon
Disclaimer
Ondersteuning
Ontwikkeling  
 

Ontwikkeling zelfbeeld

Loskomen van de omgeving ...

Ontwikkeling van het beeld dat kinderen over zichzelf hebben

Jonge kinderen hebben tijdens de eerste levensjaren niet een echt doordacht zelfvertrouwen. Zij ontwikkelen wel een bepaald vertrouwen in hun omgeving en een beeld over zichzelf.

Hierbij kun je globaal de volgende ontwikkeling vanaf de geboorte tot aan de adolescentie (12 jaar) constateren (uit onder andere: G.B. DeHart, L.A. Sroufe, R.G. Cooper, 2000 en D.R. Shaffer, 1999):

1) Het jonge kind ontdekt dat hij qua bepaalde uiterlijke kenmerken visueel anders is dan dingen of mensen. Ook merkt hij dat hij bepaalde dingen fysiek kan doen en ontwikkelt als het ware een ‘fysiek zelf’.

2) Het kind gaat vervolgens zichzelf herkennen.

3) Het kind gaat dan zichzelf en de wereld om hem heen in bepaalde categoriëen onderverdelen, zoals bijvoorbeeld: ‘jongetjes’, ‘meisjes’, ‘babytjes’, ‘goed-zijn’, ‘stout-zijn’.

4) Bij het jonge kind (kleuter-periode) gaat er een soort zelfbeeld ontstaan, bestaande uit fysieke kenmerken (onder andere kleur ogen of haar), bezittingen (bijvoorbeeld speelgoed) en lichamelijke activiteiten (zoals kunnen fietsen of alleen ergens naar toe kunnen lopen).

5) Ook gaat het kind langzamerhand meer onderscheid maken tussen wat anderen bij hem zien en de eigen innerlijke gevoelens, waar anderen weer geen zicht op hebben.

6) De volgende verschuiving in zelfbeeld is van het zelfbeeld met de externe en uiterlijke beschrijvingen naar meer een intern zelfbeeld met de eigen gevoelens en ideeën.

7) Vervolgens gaan bij het kind langzamerhand gevoelens van zelfwaardering ontstaan; de eigen mogelijkheden of onmogelijkheden worden be- of veroordeeld. Ook kijkt het kritisch naar zichzelf. Een positieve waardering levert gevoelens van tevredenheid over zichzelf op; een negatieve waardering daarentegen gevoelens van ontevredenheid en fixatie op de eigen onkunde.

8) Kinderen beoordelen zichzelf aan de hand van dimensies als: fysieke mogelijkheden, mogelijkheden op school en sociale acceptatie door anderen. Ook gaan zij steeds beter inschatten hoe anderen over hen denken. Zij zijn sterk geneigd om zichzelf aan de hand van elk van deze dimensies te beoordelen en hebben nog geen algemeen globaal zelfbeeld over zichzelf, zoals volwassenen bijvoorbeeld wèl hebben.

Een belangrijke ontwikkeling tijdens de kindertijd (6 - 12 jaar) is het vormen van vriendschappen met leeftijdsgenoten. Het kind gaat zich daarbij ook meer en meer richten op de normen van deze groep.

Ontwikkeling zelfvertrouwen

Zelfvertrouwen van het kind in de vorm van : " Ik kan goed ....! "

Ontwikkeling van het vertrouwen van het kind in zichzelf om dingen te kunnen doen

Bij een toename van de leeftijd wordt ook de 'leefwereld' van het kind groter. Door bijvoorbeeld het bezoeken van een crèche of een school. Hiermee neemt tevens het zelfvertrouwen van het kind toe. Bij heel jonge kinderen (tot circa 3 jaar) kun je een toename van het zelfvertrouwen zien bij een toenemende onafhankelijkheid van de ouders en het kunnen (en zelf willen) uitvoeren van activiteiten, zoals zich wassen, tanden poetsen, eten, met speelgoed omgaan en dergelijke.

Je kunt een verdere toename van het zelfvertrouwen bij 3 en 4 jarige kinderen onder andere zien bij (uit onder andere: G.B. DeHart, L.A. Sroufe, R.G. Cooper, 2000 en D.R. Shaffer, 1999):

1) motorische vaardigheden, zoals klimmen en met voorwerpen kunnen omgaan, waardoor ze veel activiteiten zelf kunnen ondernemen;

2) taal en andere vaardigheden, zoals denken, plannen en problemen oplossen;

3) een toenemende vaardigheid om met uitstel en frustratie om te gaan; ook de vaardigheid om langer met een activiteit bezig te zijn;

4) een toenemende behoefte aan een fantasie-wereld en -spelletjes, die niet door volwassenen gecontroleerd worden en waarin zij zich kunnen terugtrekken en zich machtig kunnen voelen. Dit is een belangrijke stap naar meer onafhankelijkheid.

Bij kinderen vanaf het zesde tot ongeveer het 12e levensjaar - zie je behalve een verdere toename van de hiervoor genoemde vier gebieden, tevens een toename op sociaal (omgaan met ouders, familie, leeftijdsgenoten, vriendschappen) en emotioneel gebied (meer begrip van emoties en hun oorzaken en gevolgen). Daarnaast moet het kind zich op school meer qua intelligentie bewijzen.

Wanneer je naar het figuur 'Gebieden Zelfvertrouwen' kijkt, dan zijn in de leeftijdsperiode tot 12 jaar vooral de volgende gebieden van zelfvertrouwen voor het kind belangrijk:

2) Dagelijkse activiteiten (spelen, school);
3) Intelligentie (op school mee kunnen komen);
4) Omgang met anderen (ouders, familie, leeftijdsgenoten);
5) Geslacht (jongen of meisje-zijn);
12) Vaardigheden (onder andere op motorisch gebied: klimmen, spelen, sport).

Verschil in zelfvertrouwen tussen jongens en meisjes?

Moeten jongens meer zelfvertrouwen hebben?

In een onderzoek van ondermeer D'Andrade (1966, in Schaffer, 1979) kwam naar voren dat van jonge jongens meer zelfvertrouwen verwacht werd dan van meisjes. De jongens werden hiertoe ook meer aangemoedigd. Van meisjes werd vooral zorgzaamheid, verantwoordelijkheid en gehoorzaamheid verwacht. In hoeverre deze eigenschappen heden ten dage nog in de opvoeding door ouders en leerkrachten bij kinderen aangemoedigd worden is (nog) niet duidelijk. Misschien verwachten jongens van jongens ook dat ze meer zelfvertrouwen hebben?!


  Periodes en taken
  De rol van de omgeving
  Verbetering zelfvertrouwen
  Basisbehoeften
  Rechten van het Kind



www.confidence.nl